Hans Petrischool

Praktijkonderwijs en OPDC Dordrecht

Leerlingen in leerjaar 1 krijgen een lesprogramma met 33 lesuur, met zowel praktijk als theorie. 

 De praktijklessen worden voor het grootste deel gegeven door vakleerkrachten. De AVO-vakken zoals Nederlands, rekenen en wiskunde, wereldoriĆ«ntatie, SOVA etc. worden weer voor het grootste deel gegeven door de eigen mentoren. 

De praktijklessen bestaan onder andere uit algemene techniek, handvaardigheid, tekenen, dierverzorging/groen, koken en verzorging. Bij deze praktijklessen maken de leerlingen kennis met het vak en worden de basisvaardigheden van het praktijkvak aangeleerd.

De theorie in leerjaar 1 wordt zoveel mogelijk aangeboden op het eigen niveau van de leerling. Om het niveau van de leerling vast te stellen, worden aan het begin van het jaar toetsen afgenomen. Ook wordt gebruik gemaakt van gegevens van de vorige school van de leerling. 

Gedurende het eerste leerjaar wordt een ontwikkelperspectief voor de leerling vastgesteld. Het ontwikkelperspectief beschrijft in welke richting de leerling zich verder kan ontwikkelen. Het ontwikkelperspectief biedt ook vast een doorkijkje naar de mogelijkheden van de leerlingen in het tweede leerjaar.

De mentor van de klas houdt enkele keren per jaar met elke leerling een coachingsgesprek. In dit coachingsgesprek komt aan de orde aan welke onderdelen de leerling graag wil werken. Dit kan op het gebied van (werk)houding liggen, of op sociaal-emotioneel gebied. De mentor legt samen met de leerling de uitkomsten van dit coachingsgesprek vast in de eigen map van de leerling.